Statuten of Aandeelhoudersovereenkomst: Wat Telt bij Conflict?
17 december 2025 Door: Cerena de Vries
Wanneer meerdere partijen samenwerken binnen een BV, leggen zij afspraken meestal vast in twee documenten: de statuten en een aandeelhoudersovereenkomst. Vaak overlappen deze afspraken, maar regelmatig bestaan er verschillen tussen de twee. Dan rijst de vraag: welk document bepaalt uiteindelijk wat er binnen de vennootschap geldt?
Het spanningsveld in de praktijk: twee rechtspraakvoorbeelden van het conflict tussen statuten en de aandeelhoudersovereenkomst
Het spanningsveld tussen statuten en aandeelhoudersovereenkomst is niet nieuw. Statuten hebben van oudsher een vennootschapsrechtelijke werking: ze binden de vennootschap, alle huidige én toekomstige aandeelhouders, en bepalen rechtstreeks de geldigheid van besluiten. Een besluit dat in strijd is met een statutaire regeling is in beginsel ongeldig. Een aandeelhoudersovereenkomst heeft daarentegen contractuele werking: ze bindt alleen de partijen die haar hebben ondertekend, is vaak gedetailleerder én niet openbaar.
Juist dit verschil leidt tot rechtsonzekerheid: soms moet de contractuele afspraak wijken voor het vennootschapsbelang, maar in andere gevallen krijgt juist de aandeelhoudersovereenkomst voorrang. De rechtspraak laat zien hoe contextgevoelig deze afweging is. In deze blog bespreken we ter illustratie twee belangrijke uitspraken waarin dit spanningsveld centraal stond.
Arrest 1: Kekk/Delfino – wanneer contractuele afspraken de vennootschap blokkeren
De feiten
- Bestuurder Kekk had 25% van de aandelen; drie andere bestuurders hadden samen 75%.
- Statuten: bestuurder kan met 2/3 meerderheid worden ontslagen.
- Aandeelhoudersovereenkomst: ontslag mag alleen met unanimiteit.
- Kekk voorziet zijn ontslag en stapt naar de rechter vóór het besluit wordt genomen. Hij wil nakoming afdwingen van de contractuele unanimiteitseis.
De centrale vraag is of een aandeelhouder van tevoren kan afdwingen dat de andere aandeelhouders zich houden aan de aandeelhoudersovereenkomst, zelfs wanneer de statuten iets anders bepalen. Het hof maakt daar in dit geval korte metten mee: nee, dat kan niet.
De reden? De meerderheid van de aandeelhouders én bestuurders (75%) wilde de samenwerking beëindigen, terwijl het onderlinge conflict inmiddels zo ernstig was dat het bestuur niet meer normaal kon functioneren. Als je in zo’n situatie toch vasthoudt aan een contractuele unanimiteitseis, leg je de hele vennootschap lam en dat is precies wat volgens het hof strijdig is met het vennootschapsbelang.
Daarom speelt het beginsel van redelijkheid en billijkheid (artikel 2:8 lid 2 BW) hier een belangrijke rol: het is onaanvaardbaar om de aandeelhoudersovereenkomst af te dwingen. De statuten geven in dit geval de doorslag, en het ontslag van de betreffende bestuurder mag gewoon worden doorgezet.
De kern: Contractuele afspraken kunnen doorwerken, maar niet als ze het functioneren van de vennootschap schaden. Het vennootschapsbelang gaat dan vóór.
Arrest 2: Rechtbank Rotterdam 20 november 2024 – wanneer de aandeelhoudersovereenkomst juist wél prevaleert boven de statuten
De feiten
- Twee aandeelhouders:
A: 50,25%
B: 49,75% - Statuten: vennootschap kan met gewone meerderheid worden ontbonden.
- Aandeelhoudersovereenkomst: ontbinding mag alleen bij minimaal 60% van de stemmen.
- Bovendien: de aandeelhoudersovereenkomst gaat voor bij tegenstrijdigheden.
- A besluit toch, alleen met zijn 50,25%, tot ontbinding.
De centrale vraag is hier: mag een meerderheidsaandeelhouder simpelweg de statuten volgen en daarmee een duidelijke afspraak uit de aandeelhoudersovereenkomst naast zich neerleggen? De rechtbank vindt van niet. Het besluit houdt geen stand, omdat het negeren van contractuele afspraken in dit geval niet eerlijk is tegenover de andere aandeelhouder, iets wat rechtstreeks botst met het eerdergenoemde artikel 2:8 BW.
De reden: Waarom was het besluit tot ontbinding zo problematisch? Partijen hadden bewust afgesproken dat een zwaarder stempercentage nodig was, terwijl de feitelijke machtsverhouding eigenlijk vrijwel 50/50 was. Dan is het niet redelijk om de vennootschap eenzijdig te ontbinden en de andere aandeelhouder buitenspel te zetten. Bovendien, anders dan in de zaak Kekk/Delfino, leidt het hier helemaal niet tot blokkade van het bestuur of tot schade voor de vennootschap. Juist daarom moet de contractuele afspraak worden gerespecteerd.
De kern: als contractuele afspraken een redelijke bescherming bieden en niet botsen met het vennootschapsbelang, kunnen zij voorrang hebben boven de statuten.
Incorporation by reference: waarom dit niet werkt in Nederland
Soms wordt geprobeerd om het spanningsveld tussen beide documenten te verkleinen via “incorporation by reference”: een constructie waardoor bepalingen uit een aandeelhoudersovereenkomst automatisch onderdeel worden van de statuten door ernaar te verwijzen in de statuten zelf. Maar dat is in het Nederlandse recht niet toegestaan, omdat statuten volledig kenbaar moeten zijn voor iedereen, inclusief toekomstige aandeelhouders. Een verwijzing kan er namelijk toe leiden dat nieuwe aandeelhouders gebonden raken aan niet-openbare afspraken, wat strijdt met de eis van kenbaarheid. Daarom werken aandeelhoudersovereenkomsten niet automatisch door in de statuten.
In de praktijk kiezen partijen daarom steeds vaker voor beperkte statuten en een uitgebreide aandeelhoudersovereenkomst, zodat gevoelige of complexe afspraken flexibel én buiten de openbaarheid kunnen worden vastgelegd. Hoewel een nieuwe aandeelhouder hierdoor niet automatisch wordt gebonden, wordt dit in de praktijk opgelost door op te nemen dat een aandeel alleen kan worden overgedragen als de koper vooraf toetreedt tot de aandeelhoudersovereenkomst. Zo blijft de werking van de overeenkomst verzekerd zonder de statuten te overladen of de wet te overtreden.
Conclusie: geen vaste rangorde tussen statuten of aandeelhoudersovereenkomst, de context bepaalt wat zwaarder weegt
De verhouding tussen statuten en aandeelhoudersovereenkomst kent geen absolute hiërarchie, maar in de praktijk wordt de meeste waarde doorgaans toegekend aan de aandeelhoudersovereenkomst.
Beide documenten zijn van beland voor de besluitvorming, maar op verschillende manieren:
- Statuten zijn leidend voor de vennootschapsrechtelijke structuur en gelden voor iedereen.
- Aandeelhoudersovereenkomsten regelen vooral de onderlinge verhoudingen en kunnen via art. 2:8 BW doorwerken.
Het is aan te raden om in de aandeelhoudersovereenkomst op te nemen dat bij tegenstrijdigheid de aandeelhoudersovereenkomst geldt boven de statuten, dat helpt zeker. Maar de rechter bepaalt op basis van artikel 2:8 BW (redelijkheid en billijkheid) uiteindelijk welk document prevaleert. Niet de afspraak op papier, maar de belangenafweging is doorslaggevend. In de praktijk betekent dit dat ondernemende partijen er goed aan doen om statuten en aandeelhoudersovereenkomst op elkaar af te stemmen, duidelijke rangorde-bepalingen op te nemen, en goed na te denken over hoe stemverhoudingen van invloed zijn op het nemen van belangrijke besluiten binnen de vennootschap.
Een zorgvuldig opgestelde aandeelhoudersovereenkomst kan daarmee niet alleen conflicten voorkomen, maar óók de doorslag geven wanneer het erop aankomt. In onze webshop bieden wij meerdere modellen voor aandeelhoudersovereenkomsten aan waarin deze afwegingen zorgvuldig zijn opgenomen.
Onder meer:
Meer blogs…
Overlegwet Informatieplicht Verhuurder: Niet Verplicht tot...
21 januari 2026 Door: Cerena de Vries
Intellectueel Eigendom Clausules in Arbeidscontracten: Hoe Ver Mag...
21 januari 2026 Door: Cerena de Vries